Auteurs van deze pagina: Neri Kamphuis, Sohaila Amer en Bianca van Roon


0. Praktische informatie voor taalonderzoek


Mogelijke problemen in het Nederlands als gevolg van transfer
Somalisch-Nederlandse kinderen kunnen in het Nederlands een aantal fouten vertonen, die niet direct toe te schrijven zijn aan een taalontwikkelingsstoornis. Deze fouten worden veroorzaakt door een negatieve transfer vanuit het Somalisch naar het Nederlands.

Op het gebied van fonologie kunnen zich onder andere de volgende problemen voordoen als gevolg van transfer. Ten eerste komen er in het Somalisch bijna geen medeklinkerclusters voor. Het is dan ook waarschijnlijk dat Somalische leerders van het Nederlands moeite zullen hebben met de medeklinkerclusters in het Nederlands. Daarnaast zijn er ook een aantal klanken in het Nederlands die in het Somalisch niet voorkomen. De verwachting is dan ook dat Somalisch-Nederlandse kinderen meer tijd nodig hebben bij het verwerven van deze klanken. Het gaat hierbij om de volgende klanken: /y/, /ʏ/, /ə/ ,/p/, /z/ en /ʋ/. Ten slotte kent het Somalisch een glottal stop (glottislag), die in het Nederlands heel weinig voorkomt. Het kan dus voorkomen dat Somalisch-Nederlandse kinderen een glottal stop aan het begin van een woord gebruiken, omdat veel Somalische woorden hiermee beginnen.

Ook op het gebied van morfologie kunnen zich een aantal problemen voordoen als gevolg van transfer. Zo kent het Somalisch bijvoorbeeld geen onbepaalde lidwoorden. Onbepaaldheid wordt in het Somalisch uitgerukt door weglating van het suffix voor bepaaldheid. Het ligt in de lijn der verwachting dat Somalische kinderen het onbepaalde lidwoord 'een' in het Nederlands zullen weglaten. Daarnaast kent het Nederlands veel meer verschillende vormen van voorzetsels dan het Somalisch, bovendien verschilt de plaatsing van de voorzetsels in de twee talen. De verwachting is dat Somalische NT2-leerder meer moeite hiermee zullen hebben dan eentalige Nederlanders.

Ten slotte kunnen zich ook op het gebied van syntaxis problemen voordoen die het gevolg zijn van transfer uit het Somalisch. Zo kent het Somalisch een vrije woordvolgorde en dit kan leiden tot problemen met de relatief vaste woordvolgorde in het Nederlands. Bijzinnen kunnen in het Somalisch slechts in één zinstype worden geproduceerd, namelijk volgens de declaratieve wijze. Het Somalisch kent dus geen indirecte vraagzinnen. De verwachting is dat Somalische kinderen dit oplossen door (negatieve) transfer vanuit het Somalisch.

Mogelijke vragen aan ouders/tolken met betrekking tot specifieke TOS-elementen
Om een eventuele taalontwikkelingsstoornis bij een Somalisch-Nederlands kind vast te stellen zijn er een aantal vragen die gesteld kunnen worden aan de ouders en/of de tolk. Ten eerste kunnen er vragen gesteld worden over het Nederlands. Problemen met deze gebieden hoeven niet per se te wijzen op een taalontwikkelingsstoornis. Deze fouten worden vooral veroorzaakt door negatieve transfer vanuit het Somalisch naar het Nederlands. Daarnaast kunnen er ook vragen gesteld worden over problemen die ondervonden worden in het Somalisch. Als deze punten problematisch zijn in zowel het Somalisch als in het Nederlands, kan dit mogelijk een indicatie zijn voor een taalontwikkelingsstoornis.

Vragen over het Nederlands
Fonologie:
  • Heeft het kind moeite met medeklinkerclusters in het Nederlands?
  • Heeft het kind moeite met de klinkers /y/, /ʏ/, en /ə/ in het Nederlands?
  • Heeft het kind problemen met de medeklinkers /p/, /z/ en /ʋ/ in het Nederlands?
  • Gebruikt het kind in het Nederlands vaak een glottal stop bij het begin van een woord?

Morfologie:
  • Heeft het kind moeite met het onbepaalde lidwoord in het Nederlands?
  • Heeft het kind moeite met voorzetsels in het Nederlands?


Syntaxis:
  • Heeft het kind moeite met de woordvolgorde van het Nederlands?
  • Heeft het kind moeite met indirecte vraagzinnen in het Nederlands?


Vragen over het Somalisch

Fonologie:
  • Heeft uw kind in het Somalisch moeite met het produceren van bepaalde klanken, wat u eigenlijk niet meer verwacht op deze leeftijd?


Morfologie:
  • Heeft uw kind in het Somalisch moeite met de vervoeging van nominale categorieën voor getal en/of naamval?
  • Heeft uw kind moeite met voorzetsels in het Somalisch?


Syntaxis:
  • Heeft uw kind moeite met de woordvolgorde in het Somalisch wanneer er nieuwe informatie gegeven wordt?


Onderzoek in de moedertaal

Het is mogelijk met behulp van de app Speakaboo onderzoek te doen naar de articulatorische ontwikkeling van kinderen die Somalisch spreken (2 tot 6 jaar). Zie informatie over dit diagnostisch instrument op de pagina Diagnostische materialen. Voor het gebruik van deze app heeft de logopedist of linguïst geen kennis van het Somalisch nodig.


Naar boven

1. Algemene informatie over het Somalisch


Het Somalisch (officieel Af Soomaali genoemd) is de nationale taal van Somalië. Het exacte aantal sprekers wordt geschat tussen de 15 en 20 miljoen. Het Somalisch wordt naast Somalië ook veel gesproken in Djibouti, Ethiopië en Kenia. Sinds de komst van de islam in de zevende eeuw is het Somalisch sterk beïnvloed door het Arabisch. Ook zijn er leenwoorden uit het Engels en het Italiaans, dit komt uit de tijd dat de Somalische gebieden veroverd werden door Europese machten (Brits Somaliland en Italiaans Somaliland).
Classificatie van de taalfamilieAfro-Aziatisch-----> Koesjitisch----------> Oost Koesjitisch----------------> Somalisch
Het Somalisch is een (Oost)Koesjitische taal. De Koesjitische talen vormen een tak van de Afro-Aziatische taalfamilie. Andere takken van deze familie zijn Oud-Egyptisch, Semitisch, Berbers en Tsjadisch. De Koesjitische talen worden gesproken in de zogenaamde Hoorn van Afrika (Ethiopië, Somalië, Eritrea en Djibouti).
Verschillende dialecten/spreektaalvariantenHet Somalisch kan ingedeeld worden in drie dialectgroepen: Af-Ashraaf, Benaadir en Noord-Somalisch. Deze dialecten worden in bepaalde delen van Somalië gesproken. Onder het Noord-Somalisch valt het Standaard Somalisch en het Common Somalisch. Het Noord-Somalisch komt veruit het meest voor en heeft de hoogste status en is daarnaast het meest verspreid over het land. Dit is ook de variëteit die op deze wikipagina beschreven zal worden.
Het schriftsysteemIn 1972 werd er voor het Somalisch een alfabet ontworpen op basis van het Romeinse alfabet. Alleen de letters P, V en Z ontbreken in het Somalische alfabet. Het alfabet gebruikt het Latijnse schrift, dus geen bijzondere tekens maar gebruikt wel drie tweeklanken: dh, kh en sh. Het Somalische alfabet volgt de volgorde van het Arabische alfabet:', b, t, j, x, kh, d, r, s, sh, dh, c, g, f, q, k, l, m, n, w, h, y, a, e, i, o, u.. De namen van de letters zijn als volgt: alef, ba, ta, ja, xa, kha, deel, ra, sa, shiin, dha, cayn, ga, fa, qaaf, kaaf, laan, miin, nun, waw, ha, ya, a, e, i, o, u.Het alfabet is grotendeels fonetisch, waarbij één klank één letter representeert.
CultuurIn de Somalische cultuur wordt de voorkeur gegeven aan orale communicatie boven alle andere vormen van communicatie zoals schrijven en lezen. Daarnaast zijn er uiteraard culturele verschillen met het Nederlands. In het Somalisch is het bijvoorbeeld zo dat dankbaarheid of waardering niet verbaal wordt geuit, maar afgelezen moet worden uit de lichamelijke houding. Met andere woorden, wanneer Somalische mensen hun dankbaarheid niet direct via taal uitdrukken, hoeft dit niet gezien te worden als onbeleefdheid en/of ondankbaarheid.
Naar boven

2. Specifieke informatie over het Somalisch


Fonologie

CV-structuur van de taal
De lettergreep structuur van het Somalisch is (C)V(C).
Woordinitiaal en woordfinaal komen er in het Somalisch geen medeklinkerclusters voor. Medeklinkerclusters komen alleen voor bij syllabegrenzen. In het Somalisch kunnen een aantal medeklinkers verdubbeld worden en een aantal ook niet. De medeklinkers die verdubbeld kunnen worden zijn de volgende: /b/, /d/, /ɖ/, /g/, /ɢ/, /m/, /n/, /r/ en /l/. De medeklinkers die niet verdubbeld kunnen worden zijn: /t/, /k/ en de fricatieven. Voor het Somalisch geldt dat twee klinkers niet samen kunnen optreden bij syllabegrenzen. Ten slotte komt de glottalstop (glottislag) woordinitiaal heel veel voor in het Somalisch.
Mogelijke fouten bij NT2- leerders
Verwacht wordt dat de Somalische NT2-leerders moeite zullen hebben met de medeklinkerclusters van het Nederlands, omdat deze niet woordinitiaal en woordfinaal voorkomen in het Somalisch en wel in het Nederlands. Verwacht wordt ook dat Somalisch kinderen vaak met een glottal stop beginnen bij Nederlandse woorden omdat dit vaak voorkomt bij het Somalisch.
KlinkersHet Somalisch heeft vijf lange en vijf korte klinkers. Het verschil in klinkerduur is in deze taal erg belangrijk voor het toekennen van een betekenis aan een woord.De korte klinkers in het Somalisch zijn: /ɪ/, /ɛ/, /ɑ/, /ɔ/, /u/.De lange klinkers in het Somalisch zijn: /ɪ:/, /ɛ:/, /ɑ:/, /ɔ:/, /u:/.

Mogelijke fouten bij NT2-leerdersHet onderscheiden en produceren van zowel korte als lange klinkers in het Nederlands zal waarschijnlijk goed verlopen, omdat ze dit vanuit het Somalisch kennen. Waarschijnlijk hebben ze wel moeite met de klanken /y/, /ʏ/ en /ə/ omdat deze niet voorkomen in het Somalisch.
MedeklinkersHet Somalisch heeft 22 medeklinkers,zie onderstaand schema:

Bilabial
Labiodental
Dental
Alveolar
Palato alveolar
Retroflex
Palatal
Velar
Pharyn
geal
Glottal
Nasal
m


n






Plosive
b

t̪ d̪


ɖ

k g

ʔ
Affricative










Fricative

f

s
ʃ


x γ
ħ ʕ
h
Trill



r






Approximant



l


j
w


(Bron: http://www.multicsd.org/?q=node/164)

Mogelijke fouten bij NT2-leerders
Het Somalisch heeft over het algemeen veel medeklinkers die ook in het Nederlands voorkomen. Er zijn een aantal medeklinkers die in het Nederlands voorkomen maar niet in het Somalisch, zoals /p/, /z/, /ʋ/.
Verwacht wordt dat Somalische leerders moeite zullen hebben met deze klanken in het Nederlands omdat ze deze dus niet kennen vanuit hun moedertaal.

Toon
Het Somalisch heeft drie tonen: een hoge toon, lage toon en een dalende toon. In het Somalisch kunnen de tonen een aantal grammaticale verschillen aanduiden, zoals getal, geslacht en naamval. Een voorbeeld hiervan is ínan (jongen) en inán (meisje) en díbi (os) en dibí (ossen). De toon geeft echter niet altijd de grammaticale verschillen aan, dit gebeurt ook vaak door affixen (zie morfologie).

Morfologie

Het Somalisch is een agglutinatieve taal. Agglutinatie is een morfologisch verschijnsel waarbij affixen zoals bijvoorbeeld achtervoegsels aan een woord worden toegevoegd. Deze toevoeging specificeert de betekenis van het woord.
Morfologie zelfstandig naamwoordenIn het Somalisch worden de nominale categorieën vervoegd voor geslacht (1), getal (2) en naamval (3).(1) Geslacht: geslacht wordt in het Somalisch weergegeven door het bepaalde lidwoord. Zonder bepaald lidwoord is het geslacht van een zelfstandig naamwoord dan ook niet duidelijk. Veel zelfstandige naamwoorden vertonen geslacht- polariteit. Dit betekent dat het geslacht verschillend kan zijn in het meervoud en enkelvoud. Bijvoorbeeld buug-ga (het boek) is mannelijk in het enkelvoud maar buugag-ta (de boeken) is vrouwelijk.(2) Getal: naamwoorden kunnen hun meervoud op drie manieren weergeven, waarvan één reduplicatie is. Reduplicatie is een morfofonologisch proces waarbij de stam of een deel van een woord wordt herhaald.(3) Naamval: het Somalisch kent vier naamvallen, de absolute, nominatieve, genitieve en de vocatieve naamval. De absolute naamval is de basisvorm van een zelfstandig naamwoord. Het lidwoord bevat dan de -a. De nominatieve naamval is voor de subject van een zin. De nominatieve naamval wordt weergegeven met de -u. Als de zin meerdere zelfstandig naamwoorden als subject heeft dan wordt alleen het lidwoord van het laatste zelfstandig naamwoord weergegeven met een –u, zoals te zien bij onderstaande voorbeelden. De genitieve naamval wordt in het algemeen aangeduid door middel van verandering van toon, maar sommige vrouwelijke zelfstandige naamwoorden krijgen de volgende suffixen: -eed, -aad- of –od. Welke van deze drie is afhankelijk van de laatste medeklinker. Voorbeelden van deze naamvallen worden in onderstaande tabel gegeven.
Voorbeelden
Somalisch
Nederlands
absolute naamval
nin-ka
de man
nominatieve naamval
nin-ku…
de man…(subject)

nin-ka iyo wiil-ku…
de man en de jongen… (subject)
genitieve naamval
Áf carab-eed
Arabisch (taal van de Arabieren)
De vierde en laatste naamval die het Somalisch kent is de vocatieve naamval. De vocatief wordt gebruikt als iemand of iets wordt aangesproken. De vocatieve naamval wordt aangegeven door middel van verandering van toon of met een aantal achtervoegsels.
Vorm
Geslacht, getal
-ow
mannelijk, enkelvoud
-ohow
mannelijk, meervoud
-eey/-aay/-ooy
vrouwelijke, enkelvoud
-yahay
vrouwelijk, meervoud

Morfologie werkwoordenIn de tabel hieronder wordt de morfologie weergegeven voor het Somalische werkwoord keen dat “brengen” betekent. De uitgangen van de tegenwoordige tijd, voltooid tegenwoordige tijd, verleden tijd en toekomende tijd zijn in de tabel terug te vinden. De voltooid tegenwoordige tijd wordt gevormd met het achtervoegsel –ay of –na (afhankelijk van het dialect) samen met de uitgangen van de tegenwoordige tijd. De toekomende tijd wordt aangegeven met het infinitief van een werkwoord samen met de tegenwoordige tijd van het werkwoord doon (to want).
Persoon
Tegenwoordige tijd
Voltooid tegenwoordige tijd
Verleden tijd
Toekomende tijd
1SG
keenaa
(waan) keenayaa
(waan) keenay
(waan) keeni doona
2SG
keentaa
(waad) keenaysaa
(waad) keentay
(waan) keeni doontaa
3SG masc
keenaa
(wuu) keenayaa
(wuu) keenay
(wuu) keeni doonaa
3SG fem
keentaa
(way) keenaysaa
(way) keentay
(way) keeni doontaa
1PL
keennaa
(waan) keenaynaa
(waan) keennay
(waan) keeni doonaa
2PL
keentaan
(waad) keenaysaan
(waad) keenteen
(waad) keeni doontaan
3PL
keenaan
(way) keenayaan
(way) keeneen
(way) keeni doonaan

Morfologie lidwoordenHet Somalisch kent alleen bepaalde lidwoorden. De lidwoorden kunnen zowel vrouwelijk als mannelijk zijn, dit wordt aangegeven met een suffix. Onbepaaldheid wordt in het Somalisch uitgedrukt door een zelfstandig naamwoord zonder suffix.
Mogelijke fouten bij NT2-leerdersVerwacht wordt dat Somalische NT2-leerders veel moeite zullen hebben met het onbepaalde lidwoord in het Nederlands, omdat het Somalisch hier geen lidwoord voor heeft.
Somalische sprekers die het Nederlands leren zouden –an of –san achter Nederlandse bijvoeglijke naamwoorden kunnen plakken. In het Engels zijn van deze fouten ook voorbeelden. Somalische sprekers van het Engels zeggen bijvoorbeeld small-an in plaats van small.
Morfologie voorzetselsHet Somalisch heeft slechts vier voorzetsels, en deze hebben dan ook meerdere betekenissen. In het Somalisch worden voorzetsels voor het werkwoord geplakt. Hieronder de vier Somalische voorzetsels met betekenissen: - Ka (uit, van, over)- Ku (in, op, met, door middel van) - La (samen met, in het gezelschap van)- U (naar, voor, namens)
Mogelijke fouten bij NT2-leerdersVerwacht wordt dat Somalische NT2-leerders veel moeite zullen hebben met de Nederlandse voorzetsels. Het Nederlands kent namelijk veel meer verschillende vormen voorzetsels en daarnaast komen in het Nederlands voorzetsels voor zelfstandige naamwoorden en niet voor werkwoorden zoals in het Somalisch.
Syntaxis
WoordvolgordeHet Somalisch heeft een vrije woordvolgorde, maar er is wel een sterke voorkeur voor de SOV-volgorde. Dit wordt dan ook de basiswoordvolgorde genoemd. Hieronder worden verschillende voorbeelden gegeven van de woordvolgorde van de zin ‘Achmed eet een appel’.
- Axmed tufaaxii wuu cunayaa SOV (basis woordvolgorde)
- Axmed wuu cunayaa tufaaxii SVO
- Tufaaxii wuu cunayaa Axmed OVS
- Wuu cunayaa tufaaxii Axmed VOS
De verschillende woordvolgordes zorgen in het Somalisch niet voor verwarring, omdat ze geen grote semantische verschillen weergeven. Wel kunnen er een aantal kleine semantische of pragmatische verschillen zijn tussen de verschillende woordsoorten. Wanneer er bijvoorbeeld nieuwe informatie wordt gegeven staat het object helemaal voor of helemaal achteraan, de woordvolgorde is dan OVS of SVO. De vrije woordvolgorde geldt ook voor de overige zinstypen, zoals bijvoorbeeld wh-vragen. Bij wh-vragen kan het vraagwoord zowel voor- als achteraan in de zin staan. Zie onderstaand voorbeeld van de wh-vraag ‘waar zijn mijn sleutels?’.
- Mee furahaygii?
- Furahaygii mee?

Mogelijke fouten bij NT2-leerdersBij het leren van het Nederlands wordt verwacht dat de vrije woordvolgorde van het Somalisch ook zal worden toegepast in het Nederlands. De relatief vaste woordvolgorde van het Nederlands zou heel lastig kunnen zijn voor Somalische NT2-leerders.
ZinstypenHet Somalisch kent vijf zinstypen en deze zijn grammaticaal onder te verdelen in twee groepen: zinnen gemarkeerd voor tijd en ongemarkeerd voor tijd. Hieronder worden de verschillende zinstypen weergegeven:
- Zinnen gemarkeerd voor tijd:
  • Declaratieven (zinnen waarbij een beschrijving/bewering wordt gedaan)
  • Interrogatieven (vraagzinnen)

- Zinnen ongemarkeerd voor tijd:
  • Imperatieven (gebiedende wijs)
  • Optatieven (zinnen die een wens uitdrukken)
  • Potentialen (zinnen die een hypothetische situatie van een propositie uitdrukken)

Bijzinnen versus hoofdzinnenHieronder worden een aantal verschillen tussen hoofd- en bijzinnen in het Somalisch weergegeven:- Bijzinnen hebben slechts één zinstype, deze lijkt op een declaratief. Dit houdt in dat in het Somalisch bijvoorbeeld geen indirecte vraagzinnen voorkomen.- Nadruk komt alleen voor in Somalische hoofdzinnen en niet in bijzinnen.- Werkwoorden in bijzinnen zijn morfologisch anders dan in hoofdzinnen. Werkwoorden in bijzinnen verschillen door een combinatie van klemtoonpatroon en inflectie.- Negatie wordt in bijzinnen anders weergegeven dan in hoofdzinnen. In hoofdzinnen wordt negatief namelijk aangegeven door - en in bijzinnen door -aan.
Mogelijke fouten bij NT2-leerdersVerwacht wordt dat Somalische kinderen moeite zullen hebben met indirecte vraagzinnen in het Nederlands omdat deze niet voorkomen in het Somalisch. Het is waarschijnlijk dat in plaats van vragende voornaamwoorden in bijzinnen, negatieve transfer vanuit het Somalisch plaatsvindt en dat Somalische kinderen dan niet-vragende zelfstandig naamwoorden zullen gebruiken.
Pragmatiek
Het Somalisch wordt een “discourse configurational language” genoemd. Hiermee wordt bedoeld dat pragmatische functies, zoals focus, heel belangrijk zijn. Met focus wordt nadruk op een bepaald element van een zin bedoeld.
Het Somalisch kent drie nominale focusmarkeerders: -bàa, -ayàa en -wáxa(a). Deze drie focusmarkeerders zitten vast aan het element van de zin dat de nadruk krijgt. Elementen met bàa en ayàa komen voor het werkwoord te staan en elementen met wáxa(a) komen na het werkwoord. Er zijn verschillen tussen het gebruik van deze drie focusmarkeerders; zo wordt wáxa(a) bijvoorbeeld niet gebruikt bij bevraagde elementen, bijwoorden en lege indefinieten, maar bàa en ayàa wel.
Er is één verbale focusmarkeerder, namelijk waa. Hierbij gaat de spreker ervan uit dat het zelfstandig naamwoord al bekend is, omdat dit al eerder in de conversatie naar voren is gekomen, en dan is de gebeurtenis (het werkwoord) de nieuwe informatie.
De vier focusmarkeerders hebben invloed op vele syntactische relaties zoals bijvoorbeeld congruentie en naamvalsmarkering. Nadruk komt alleen voor bij hoofdzinnen en voor deze zinnen geldt dat elke zin één element moet hebben waar de nadruk ligt. In uitzonderlijke gevallen wordt er in een zin meer dan één element benadrukt. Vaak wordt dan wáxa(a) gebruikt.

Naar boven

3. Verwervingsfases in bovenstaande domeinen in het Somalisch


Helaas is er geen informatie beschikbaar over de verwervingsvolgorde van het Somalisch. We gaan hierom uit van het universele schema van taalverwerving.
Zodra er informatie beschikbaar is over de verwervingsvolgorde van de verschillende domeinen in het Somalisch, zal dit hier worden aangevuld.

Naar boven

4. Onderzoek naar taalontwikkelingsstoornissen in het Somalisch


Er is helaas geen informatie gevonden over specifieke taalontwikkelingsstoornissen in het Somalisch. De kenmerken van specifieke taalontwikkelingsstoornissen in het Somalisch zijn dan ook niet bekend. Op basis van de verschillen tussen het Nederlands en het Somalisch kunnen wel een aantal verwachtingen worden bepaald over de problemen die Somalische kinderen zullen ondervinden bij het leren van het Nederlands. Deze verwachtingen zijn steeds gegeven onder het kopje ‘mogelijke fouten bij NT2-leerders’. Wanneer deze kenmerken in het Nederlands van Somalische kinderen worden aangetroffen, is dat waarschijnlijk eerder een gevolg van invloed vanuit de eerste taal dan een teken van een taalontwikkelingsstoornis. Om tekenen van een taalontwikkelingsstoornis te kunnen bevragen, worden onder punt 0 een aantal suggesties gedaan.
Dit onderdeel zal worden aangevuld zodra er meer informatie beschikbaar is over taalontwikkelingsstoornissen in het Somalisch.
Naar boven

5. Slotopmerkingen en literatuurverwijzingen


Als kinderen een taalontwikkelingsstoornis hebben, moeten zij in al hun talen verschijnselen van een taalontwikkelingsstoornis vertonen. Om dus te kunnen bepalen of Somalische kinderen een taalontwikkelingsstoornis hebben, moet er niet alleen naar de Nederlandse taalvaardigheid worden gekeken, maar ook naar de Somalische taalvaardigheid. Er zijn echter (nog) geen tests beschikbaar om een taalontwikkelingsstoornis in het Somalisch vast te kunnen stellen. Aan de hand van de kopjes ‘mogelijke fouten bij NT2-leerders’ kunnen fouten door Somalische kinderen in het Nederlands mogelijk worden toegeschreven aan negatieve transfer vanuit het Somalisch. Zie hiervoor ook punt 0.

Naar boven

ReferentiesAndrzejewski, B. W. (1979). The Case System in Somali. London.Bell, C. R. V. (1969). The Somali Language. New York.
Putnam & Noor (1999). The Somalis: Their History and Culture. http://www.mbali.info/doc415.htm
Saeed, J. I. (1999). Somali. Amsterdam.Saeed, J. I. (1993). Somali Reference Grammar. Kensington.Saeed, J. I. (1984). Syntax of Focus & Topic in Somali. Hamburg.Saeed, J. I. R.C. (1992). Abraham and Somali Grammar: Tone, derivational morphology and information structure. African Languages and Cultures,Supplement 1: 111-123.
Webpagina’shttp://nl.wikipedia.org/wiki/Somalischhttp://www.ethnologue.com/language/somhttp://www.awdalpress.com/index/archives/6488